Hieronder kun je een werkstuk wijzer vinden voor de basisschool die je helpt een werkstuk te maken in de vorm van een stappenplan:

  1. Vraagstelling. Bedenk een duidelijke vraag. Niet te groot en niet te klein. Denk aan 'w-woorden': wie, wat, wanneer, waarom, wanneer en welke.
  2. Het woordveld. Zet je vraagstelling in het midden en bedenk zoveel mogelijk woorden voor het woordveld. Je zou hier ook 'mindmapping' kunnen gebruiken.
  3. Het woordveld ordenen. Je zult zien dat sommige woorden van het woordveld bij elkaar horen. Deze zet je bij elkaar. 
  4. Vragen maken: per woord bedenk je een vraag. Per groepje zijn je vragen een hoofdstuk. Deze beantwoord je in je hoofdstuk.
  5. Je vragen zet je nu in een logische volgorde.

Structuur werkstuk

  1. Voorwoord. Hierin vertel je waarom je dit onderwerp hebt gekozen.
  2. Inleiding. Hierin vertel je wat er in je werkstuk staat. Je helpt de lezer een beetje te begrijpen wat hij kan verwachten.
  3. Hoofdstukken. Je werkstuk bestaat uit minimaal 5 hoofdstukken.
  4. Nawoord. Hierin vertel je hoe je zoektocht naar jouw hoofdonderwerp is gegaan. Is het meegevallen, is het tegengevallen, kon je genoeg informatie vinden, enz.
  5. Bibliografie. Maak een lijstje van boeken, websites, enz. die je hebt gebruikt.
  6. Maak een inhoudsopgave (kun je automatisch laten maken met bijv. MSWord) en een mooi voorblad. Vergeet niet je naam en klas op te schrijven.
  7. Maak een planning. 

Succes!